Geraldine Brooks – Verhaal van een boek

1001004005979270

Verhaal van een boek van Geraldine Brooks is een intrigerend verhaal over de Hagada, een oud joods manuscript uit de 15de eeuw. Hoewel het boek me in eerste instantie niet meteen aansprak, ben ik blij dat ik het gelezen heb. Het boek blijft boeien van begin tot eind.

Op reis

Het boek volgt de Hagada door de eeuwen heen. Je reist met het boek mee langs allerlei periodes, plaatsen en diverse personages. Je begint in de huidige tijd in Sarajevo, gaat dan naar het Wenen van 1894, het Venetië in 1690, Tarragona in 1492 en Sevilla in 1480. De hoofdpersoon, Hannah Heath, is een Australische conservator van oude boeken die aan de hand van een bloedvlek, een vlindervleugel en een kattenhaar de geschiedenis van de Hagada probeert te reconstrueren.

Religie

Religie, maar met name de verdraagzaamheid tussen verschillende religies speelt in het boek een grote rol. Het Joodse boek wordt op meerdere momenten in de geschiedenis, met gevaar voor eigen leven,  gered door Moslims. De rode lijn in het boek is dan ook dat verschillende religies veel gemeenschappelijkheden hebben en dat er achter de religies allemaal mensen schuil gaan met slechte en goede eigenschappen.

Relaties

De tweede verhaallijn zoomt in op de moeilijke relatie tussen Hannah en haar moeder en de zoektocht van Hannah naar wie haar vader is. Ook dit zorgt voor spanningsopbouw in het boek en maakt van Hannah een interessant karakter.

Het boek leest weg als een thriller en is zeker een aanrader. Meer weten van de schrijfster? Kijk dan onderstaand filmpje:

Marli Huijer – Discipline: overleven in overvloed

Afbeelding

Met het boek Discipline: overleven in overvloed belicht Marli Huijer vanuit een bijzonder originele invalshoek de roep van hedendaagse filosofen om meer matiging en begrenzing binnen onze cultuur van overvloed. Daarbij focust ze op het begrip discipline, ontleedt ze hoe dit woord de negatieve associatie heeft gekregen en geeft ze er een positieve duiding aan, waardoor discipline gebruikt kan worden om te overleven in onze door overvloed gekenmerkte samenleving.

Discipline als negatief woord

Vanaf de jaren ’60 tot aan nu is persoonlijke vrijheid een groot goed. We laten ons niet graag vertellen wat we moeten doen en hebben graag de mogelijkheid om zelf onze keuzes te maken in het leven. Autoritair opvoeden is niet meer van deze tijd. De tweede wereldoorlog herinnert ons eraan hoe slecht een al te grote hang naar discipline (‘befehl ist befehl’) kan uitpakken. Huijer verwijst hierbij ook naar de filosoof Foucault die aantoonde hoe we soms zelfs onbewust door de samenleving worden gedisciplineerd.

Zelfdiscipline essentieel

Huijer wil met haar betoog aantonen dat discipline helemaal geen lelijk woord hoeft te zijn. Kinderen die van huis uit geen zelfdiscipline meekrijgen, hebben in deze samenleving een toenemend probleem. Denk aan de verleidingen om vet en suikerrijk te eten. Daarbij geeft ze aan dat discipline niet hetzelfde is als blind kunnen gehoorzamen. Het gaat erom dat je alle prikkels die we dagelijks te verwerken krijgen leert weerstaan. Hiervoor is het niet voldoende om alleen maar te leren gehoorzamen. Zodra de autoriteit die je ‘dwingt’ te gehoorzamen namelijk wegvalt moet je het zelf doen. Dit lukt dan vaak niet.

Hulpmiddelen voor discipline

Niet iedereen is even gedisciplineerd. Dat hoeft ook niet, aldus Huijer. Discipline kun je vaak uitbesteden. Er bestaan talloze apps die je helpen bij het opbrengen van discipline. Denk aan de apps voor hardlopers die bijhouden hoe vaak je loopt, hoe hard, hoe lang etc. Dit motiveert enorm om te blijven trainen. Daarnaast speelt je netwerk een belangrijke rol. Door afspraken te maken met je omgeving (bijv. in de vorm van deadlines), voel je de sociale druk om discipline op te brengen.

Ik vond het betoog van Marli Huijer overtuigend geschreven, positief en origineel. Meer horen van Huijer? Kijk dan onderstaand filmpje:

Will Schwalbe – De leesclub voor het einde van het leven

Afbeelding

Het boek, De leesclub voor het einde van het leven, is een soort ode. Een ode aan de moeder van de auteur en een ode aan het lezen van boeken. Schwalbe’s moeder lijdt aan kanker en moet veelvuldig naar het ziekenhuis voor chemotherapie. Schwalbe begeleidt zijn moeder naar het ziekenhuis en in de wachtkamer. Daar vormen ze een soort intiem leesclubje. Tijdens het wachten praten ze over de boeken die ze gelezen hebben. Met het bespreken van de boeken komen levensthema’s aan de orde die ze anders niet zo gauw met elkaar zouden bespreken.

Leeslijst

In het boek staan de verschillende boeken die Schwalbe en zijn moeder lezen en met elkaar bespreken centraal. Achterin het boek staat een leeslijst van alle boeken die in De leesclub aan de orde komen. Het heeft mij dermate nieuwsgierig gemaakt naar de boeken dat ik de leeslijst in mijn telefoon opgeslagen heb. Elke keer als ik naar de bibliotheek ga probeer ik een paar van de boeken die erop staan te lenen.

Lezen doet leven

Grappig is dat dit boek de titel van dit blog onderstreept: “lezen doet leven’. Met boeken lezen doe je levenservaring op. Je verplaatst je in andere personen, situaties, werelden, emoties etc. Vaak zijn het ervaringen die je in je dagelijkse leven bewust of onbewust kunt toepassen. In het verhaal wordt ook duidelijk dat de doodzieke moeder in deze laatste periode van haar leven veelvuldig gebruik maakt van boeken als vorm van ondersteuning.

Moeder-zoonrelatie

Naast de grote nadruk op boeken staat de relatie tussen moeder en zoon centraal. Schwalbe lijkt idolaat van zijn moeder. Hij zet haar neer als een zeer krachtige en geëngageerde vrouw die niets dan respect afdwingt van haar omgeving en de lezer. Sommige lezers ergerden zich aan de manier waarop de auteur zijn moeder idealiseert. Ik vond dit juist heel goed de kern van hun relatie weergeven.  Gezien het autobiografische karakter van het boek mag de auteur zich deze ‘vrijheden’ wat mij betreft ook veroorloven. Het boek heeft me dan ook zeer ontroerd.

Meer horen van de schrijver zelf? Kijk dan onderstaand filmpje:

Coen Simon – Schuldgevoel

Bron: www.kb.nl Coen Simon - Schuldgevoel lezendoetleven.wordpress.nl

Simon heeft met Schuldgevoel een boekje geschreven wat de lezer prikkelt.Waarom kopen we dingen die we eigenlijk niet nodig hebben? Dat is de vraag waar zijn filosofische essay mee begint en dat een startpunt vormt van een web van alledaagse gebeurtenissen en filosofische theorieën die daarmee te maken hebben.

Het leven als schijnwerkelijkheid

Coen Simon is er, in het verlengde van Plato, van overtuigd dat wij een voorstelling hebben van ons leven, maar nooit komen tot de echte wereld, de waarheid of de werkelijkheid. We worden geleid door het menselijk verlangen. Met het kopen van spullen proberen we ons leven vorm te geven en ons verlangen te vervullen. Als we het begeerde object dan eenmaal gekocht hebben, blijkt het ons, na kortstondig geluk, toch niet te bevredigen. Het is het verlangen zelf dat het leven zin geeft, niet de vervulling ervan.

De plicht tot zelfverwezenlijking

Evenals Nussbaum en Verhaeghe in hun boeken al deden, verwijt ook Simon de economen hun eenzijdige focus op winstmaximalisatie. Een interessant hoofdstukje wijdt Coen Simon aan de moderne zoektocht naar ‘weten wie we zijn’ en wat onze ‘competenties’ zijn opdat we weten wat we willen. Simon betoogt echter dat we in de dingen en voorstellingen die langskomen onze ongerichte wil projecteren om vervolgens deze zaken als de oorzaak van onze verlangens te beschouwen. De persoon die zich afvraagt wat hij of zij wil gaat ervan uit dat hij in een geordende wereld leeft, “een etalage vol met waren die onze verlangens kunnen bevredigen”. De wereld is echter een grote chaos die wij telkens weer proberen te duiden en zin te geven. Waar burn-out steevast verklaard wordt vanuit de theorie van de keuzestress, beweert Simon dat juist het gebod om jezelf te leren kennen, de “bijna religieuze plicht tot zelfverwezenlijking”  en het ontbreken van collectieve zingeving de oorzaak is van de toegenomen stress en overspannenheid. Winstmaximalisatie uit zich hier in het beste uit jezelf moeten halen. Heel herkenbaar, want zo realiseerde ik me dat ik mezelf onlangs ook degradeerde tot een schakel in een economisch proces door het schrijven van mijn ‘Persoonlijke Ontwikkelings Plan’ voor mijn werk.

Zelfs genieten staat in het licht van winstmaximalisatie: denk aan de zenuwen die mensen krijgen als de zon schijnt. Er moet  genoten worden van het zonnetje door een terrasje te pakken. Iedere onopgemerkte zonnestraal is weggegooide energie. Als dingen altijd maar beter, meer en leuker kunnen worden, ligt ontevredenheid en het werken tot je erbij neervalt op de loer.

Het leven als spel

Wat Simon concludeert is dat we spelenderwijs om moeten gaan met ons leven. Het volgen van spelregels zorgt ervoor dat we ons leven en onze verlangens kunnen richten. Door gezamenlijke spelregels te volgen hebben we een nieuwe vorm van collectieve zingeving, net als dat religie dat vroeger was.Het gaat daarbij niet om de uitkomst (winnen of verliezen), maar om het spelelement zelf.

Veel inzichten in klein boekje

Het boekje van Simon was interessant, maar ik vond dat er teveel ideeën en inzichten in te hoog tempo bij elkaar kwamen. Waarschijnlijk neemt Simon in zijn reguliere boeken meer tijd om zaken in een wat lager tempo uit te werken en met elkaar te verbinden. Nu raakte ik soms de lijn kwijt en zijn bepaalde zaken die hij in zijn boek uitwerkt nog niet voldoende helder voor mij. Ik wil dus graag andere boeken van hem gaan lezen. Het leuke aan zijn schrijfstijl is namelijk dat hij meester is in het onderbouwen van theorie met sprekende voorbeelden uit zijn alledaagse leven. Dat houdt het luchtige en humoristische erin.

Wil je eens kort horen wat Coen Simon aan verrassende inzichten op ‘het leven’  heeft? Kijk dan naar onderstaand filmpje:

Paul Verhaeghe – Identiteit

Bron: http://www.wbs.nl

Er wordt wat afgepiekerd over de misstanden in onze huidige samenleving, met name door psychiaters en psychologen in Vlaanderen. Eerder las ik al het boek ‘Borderline Times’ van psychiater Dirk de Wachter. Nu was het de beurt aan ‘Identiteit’ van psycholoog Paul Verhaeghe. De Vlaming heeft met dit boek een betoog geschreven dat zonder overdrijven een aanklacht tegen onze huidige maatschappij genoemd kan worden. Het is een boek vol prachtige uitspraken zoals: ‘Nooit had de westerse mens het zo goed, nooit voelde hij zich zo slecht’ en ‘ het individu is gereduceerd tot een consument die in de illusie leeft uniek te zijn en zelf keuzes te maken, terwijl er nog nooit op zo’n grote schaal zoveel mensen hetzelfde gedrag en hetzelfde denken opgelegd kregen.”

Wij zijn niet alleen ons brein

Verhaeghe betoogt dat onze identiteit niet alleen wordt bepaald door onze genen of hersenen (‘wij zijn ons brein’), maar vooral door de omgeving. En laat die omgeving, waarin het neo-liberale gedachtegoed hoogtij viert, nu net ziekmakend zijn. Gericht op egoïsme en individualisme, terwijl in de menselijke aard ook altruïsme en solidariteit schuilen. Dit is uit balans geraakt, omdat de samenleving vooral op de eerste set eigenschappen een beroep doet. Dat leidt ertoe dat wij in een soort identiteitscrisis verkeren.

Survival of the fittest

Je moet jezelf maken in deze wereld en als je dat niet lukt ben je een loser. Tenzij je natuurlijk geldige excuses hebt voor je falen, zoals een (DSM-IV) stoornis. Het sociaal darwinisme waarin ‘the survival of the fittest’ de basis van de theorie vormt en de theorie van de meritocratie waarin je beoordeeld wordt naar je verdiensten vertaalt Verhaeghe naar deze tijd waarin eenieder zijn kansen moet grijpen en moet excelleren.

Onderbuikgevoel

Verhaeghe heeft met ‘Identiteit’ een vrij zuur boek geschreven. Desalniettemin is veel van wat hij schrijft erg herkenbaar. Ons onderbuikgevoel geeft ons aan dat het niet helemaal klopt hoe we de maatschappij hebben vormgegeven. We maken prachtige LinkedIn-profielen waarin we onze identiteit aan de wereld ‘verkopen’: kijk, dit ben ik en dit kan ik. Mensen die hun baan verliezen zullen op LinkedIn niet aangeven dat ze werkeloos zijn. Nee, ze zijn ‘in between jobs’. Als ik mijn baan verlies is dat mijn eigen schuld, en ik zou me er eigenlijk voor moeten schamen. Ondanks het feit dat er krapte is op de arbeidsmarkt geeft het UWV cursussen ‘sollicitatiebrieven schrijven’, want het ligt vooral aan jezelf dat je nog geen baan gevonden hebt. De bedoeling is om zo snel mogelijk weer aan een nieuwe job te geraken, want wat stel ik anders eigenlijk voor? Wie ben ik dan nog?

Ook zaken als de enorme winstgedrevenheid van bankiers en directeuren en doorgeslagen marktwerking in sectoren als de zorg baren veel mensen zorgen. Zo zou het niet moeten, daar is bijna iedereen het over eens.

Een betere wereld begint bij jezelf

Verhaeghe besluit zijn betoog ijzersterk door een beroep te doen op zijn lezers. We kunnen de schuld niet alleen maar neerleggen buiten onszelf, maar moeten vooral in de spiegel durven kijken. Doordat onze identiteit deels door onze omgeving gevormd wordt is het niet meer dan logisch dat wij zelf neo-liberaal in ons denken en gedrag geworden zijn. We moeten van consument weer burger worden die zijn of haar verantwoordelijkheid neemt. Uitgangspunt voor een betere wereld is de vraag: wat is het goede leven, wat voelt er goed, voor mij? Verandering bewerkstelligen wij in de keuzes die wijzelf maken, waarbij we het eigen leven op zodanige wijze vormgeven dat deze aansluit bij het belang van de gemeenschap. Hiermee wordt het evenwicht tussen individu (egoïsme en individualisme) en groep (solidariteit en altruïsme) weer hersteld. Oftewel: een betere wereld begint bij jezelf. De maatschappij is ziek, maar er is nog hoop.

Meer weten?

Benieuwd geraakt naar deze Vlaamse psycholoog? Klik dan op onderstaand filmpje:

Sheila Heti – Hoe moet je zijn?

Bron: vn.nl lezendoetleven.wordpress.com Sheila Heti - Hoe moet je zijn?

Uitgesproken positieve reacties stonden er op de omslag van deze sprinter en daarom aarzelde ik geen moment en leende het boek. De grote verwachtingen waren in ieder geval gewekt. Daarbij had ik het idee jaren onder een steen te moeten hebben geleefd, aangezien het boek door de New York Times was uitgeroepen tot één van de beste boeken van 2012.

Plot en schrijfstijl

De hoofdpersoon in het boek ‘Hoe moet je zijn?’ is een recent gescheiden twintiger die in Toronto leeft. Sheila is toneelschrijfster, maar heeft ernstige moeite om een schrijfopdracht af te ronden voor een feministisch toneelgezelschap. Dat komt voornamelijk omdat ze wil dat het stuk perfect is, een kunstwerk dat de wereld zal veranderen. Sheila is constant op zoek naar hoe ze moet zijn en probeert dit van andere mensen af te kijken. Haar vrienden zijn tevens kunstenaars en hebben gesprekken over de waarde van kunst en de twijfel aan hun eigen talenten. Naast haar vriendenclub houdt ze er ook een oppervlakkige seksrelatie met een man op na.

De schrijfster heeft gekozen voor een eclectische schrijfstijl: het varieert van gewone tekst tot letterlijk opgeschreven dialogen en mailwisselingen. Bijzonder aan het boek is dat de hoofdpersoon evenals de andere figuren zijn gebaseerd op de schrijfster zelf en haar vriendenkring.

Lachspiegel

Het is een boek dat poogt een spiegel voor te houden aan de huidige generatie van twintigers en dertigers. Sheila betrekt alles op zichzelf, heeft geen enkel doorzettingsvermogen, geen discipline, en vervalt vaak in pretentieus geleuter en gefilosofeer. Het is lastig om sympathie op te brengen voor Sheila of met haar mee te leven. Ze is iemand zonder ziel (zoals ze in een van haar zelfanalytische buien constateert) wat mogelijk een verklaring vormt. Maar waarom irriteert het boek toch zo? Is het slecht geschreven of komt het omdat Sheila een confrontatie is met mezelf? Ik kan me als 28-jarige namelijk deels in haar herkennen, want maak ook onderdeel uit van een generatie die denkt dat iedereen op ze zit te wachten, die er grote behoefte aan hebben iets te bereiken in het leven en zeer zelfbewust zijn als het gaat over hoe ze op anderen (wilen) overkomen. Maar toch is het lastig me volledig te identificeren met de hoofdpersoon. Het boek is juist vervreemdend en zo blijft het eerder een lachspiegel die de schrijfster ons voorhoudt.

De kracht van het boek

Zou dat laatste dan toch juist de kracht zijn van het boek? De schrijfster heeft me tenslotte weten te raken, want ik heb me geërgerd. Een zoektocht op internet wijst uit dat ik daarin niet de enige ben. Door het beeld van de 20/30-generatie enigszins op te blazen komt de pijnlijke boodschap wél over. Zelfs de schrijfstijl  laat zien hoe de schrijfster bezig is om vooral een boek te schrijven dat anders is dan alle andere boeken. En daarmee komen we weer uit bij de kenmerkende drang naar ‘authentiek zijn’ dat de schrijfster met haar generatiegenoten deelt. Een favoriet boek zal het echter nog steeds niet van me worden.

Sheila in real life

Benieuwd naar de echte Sheila? Kijk dan onderstaand filmpje:

Link

Martha Nussbaum – Mogelijkheden scheppen

Bron: http://www.boekhandelkirchner.com/

“De werkelijke rijkdom van een natie is gelegen in haar bevolking. Ontwikkeling dient erop gericht te zijn om een omgeving te creëren die de mensen in staat stelt om te genieten van een lang, gezond en creatief leven.” (Haq, 2009).

Het leven van Vasanti als rode draad

Uitgangspunt in het boek ‘Mogelijkheden Scheppen: een nieuwe benadering van de menselijke ontwikkeling’  van Martha Nussbaum vormt het leven van Vasanti, een vrouw, dertiger en woonachtig in Gujarat, India. Haar man is een gokker en een alcoholist. Als het geld op is, laat hij zich tegen geldelijke beloning steriliseren, waardoor Vasanti’s kansen op kinderen verkeken zijn. Als het huiselijk geweld Vasanti te gortig wordt, verlaat ze haar man en keert terug naar het ouderlijk huis. Ze raakt afhankelijk van haar broers, die haar geld lenen voor een naaimachine om een klein inkomen te genereren. Met behulp van een NGO krijgt ze een microkrediet en betaalt ze haar broers af waardoor ze onafhankelijker wordt. Daarnaast krijgt ze scholing, waardoor ze leert lezen en schrijven en haar kansen om te participeren vergroot.

Uitgaan van het Bruto Nationaal Product is niet genoeg om te bepalen of een (deel)staat of land goed beleid voert. Daarmee zou economische groei per definitie betekenen dat een land het goed doet. Maar, als we echt willen weten hoe het met een vrouw als Vasanti gaat moeten we onszelf afvragen: wat kan Vasanti doen en zijn? Welke reële mogelijkheden staan tot haar beschikking? Oftwel, we moeten af van het denken in gemiddelden en teruggaan naar de individuele mens. De Indiase overheid is ondanks de economische groei in de deelstaat tekortgeschoten als het gaat om het bieden van onderwijs, het beschermen tegen huiselijk geweld en het bieden van onafhankelijkheid aan vrouwen als Vasanti.

Capabilities

Nussbaum legt in haar boek de capabilities theory uit die volgens haar de meest geschikte theorie is om antwoord te geven op de vraag wat mensen kunnen doen en zijn. Ze introduceert daarbij een lijst met tien essentiële capabilities: 1. leven, 2. lichamelijke gezondheid, 3. lichamelijke onschendbaarheid, 4. zintuiglijke waarneming, verbeeldingskracht en denken, 5. gevoelens, 6. praktische rede, 7. sociale banden, 8. andere biologische soorten, 9. spel en 10. (politieke en materiële) vormgeving van de eigen omgeving.

Vervolgens zet Nussbaum haar theorie af tegen o.a. de theorie van het utilitarisme en de theorie van het sociaal contract. Ze betoogt dat de overheid een belangrijke rol speelt bij het faciliteren en mogelijk maken van het tot bloei komen van capabilities bij de individuele burgers. Daarbij blijft keuzevrijheid van groot belang. Door mensen in staat te stellen om gezond te leven geeft de overheid de keuze aan mensen om gezond te leven. Ieder mens beslist uiteindelijk zelf of hij of zij 2 ons groente en 2 keer fruit per dag eet of toch aan de junkfood gaat.

Nussbaum beargumenteert dat haar lijst van capabilities geen vorm is van imperialisme: het opleggen van westerse waarden aan andere landen. De abstracte lijst geeft landen in haar ogen voldoende ruimte om de capabilities te vertalen naar de context en historie van het betreffende land.

Nussbaum onderstreept daarbij dat er niet alleen werk aan de winkel is voor de ‘ontwikkelingslanden’, maar zeker ook voor de rijkere landen. In rijke landen zijn vaker wel dan niet de bovengenoemde capabilities voor iedereen binnen handbereik. Daarnaast hebben rijkere landen de verantwoordelijkheid om armere landen te helpen.

Stof tot nadenken

Het boek biedt stof tot nadenken, bijvoorbeeld als het gaat om het huidige overheidsbeleid in Nederland. Het bezuinigingen om maar onder de ‘3%-grens’ te komen en mensen op te roepen om geld uit te geven om de economie te stimuleren staan haaks op hetgeen Nussbaum in dit boek propageert. In de Human Development Index die gebaseerd is op de capabilities theorie staat Nederland nog steeds hoog, namelijk op de 4de plek. Ten opzichte van 2011 is Nederland echter een plekje gezakt.

Hoewel Nussbaum een prettige schrijfwijze heeft en haar lezers op laagdrempelige wijze vertrouwd weet te maken met de capabilities theorie, is het geen boekje om even op een namiddagje weg te lezen. Enige concentratie is vereist om het zorgvuldig opgebouwde relaas te blijven volgen en enige basiskennis van de filosofie is ook erg handig.

Inmiddels heeft mevrouw Nussbaum een nieuw boekje uitgebracht: De nieuwe religieuze intolerantie. Deze komt zeker op mijn to-read lijstje te staan. Maar voor die tijd gaan we voor iets luchtigere literatuur!

Nieuwsgierig geworden?

Wil je zelf horen wat deze mevrouw te vertellen heeft? Klik dan op onderstaand filmpje.

Lezen doet leven in 2014

lezen

Het is vakantie en daarmee heb ik de tijd om na te denken over nieuwe voornemens voor het jaar 2014. Een daarvan is dat ik mezelf genoeg tijd wil gunnen om lekker te lezen. Van lezen word ik gelukkig en door het lezen ontspan ik me en vergroot ik mijn wereld. Oftewel, lezen doet leven. Mijn leeservaringen wil ik graag delen op deze blog. Zo maak ik het lezen in 2014 letterlijk onvergetelijk, omdat ik terug kan vinden welke boeken ik gelezen heb en hoe ik dat beleefd heb. Wellicht inspireer ik daarbij ook anderen om dezelfde boeken te gaan lezen, of om überhaupt eens te gaan lezen.

Ik heb thuis geen kasten vol met boeken staan. Ik ben namelijk een echte bibliotheekganger. Boeken zijn er voor mij niet voor de ‘heb’ of voor het ‘kijk-mij-eens-een-verantwoorde-boekenlezer-zijn’-effect, maar voor de ervaring. Voor een fractie van het bedrag dat ik kwijt zou zijn als ik al mijn leesboeken zou kopen, ga ik liever naar de bieb om mijn leeservaringen op te doen. Zelden lees ik boeken meer dan één keer. In het geval dat ik een boek nog een keer wil lezen, leen ik het boek gewoon een tweede keer bij de bibliotheek. Bij kookboeken maak ik overigens een uitzondering. Als ik na het lenen van een kookboek constateer dat ik nog lang niet uitgekookt ben, wordt het kookboek aangeschaft.

Het ‘nadeel’ van bibliotheekboekenlezer zijn is dat je niet direct over de nieuwste bestsellers kan beschikken. Bibliotheekganger zijn vereist geduld. Geduld om na het reserveren van het gewenste boek net zo lang te wachten tot het boek a) besteld is en b) gelezen én teruggebracht wordt door je lezende voorganger.  Het kan dus zijn dat ik, reeds maanden of jaren nadat iedereen het boek van het moment gelezen heeft, hier aankondig dat ik het boek dan ook eindelijk gelezen heb. Zelf heb ik daar niet zoveel last van. Daarbij zijn er in de bibliotheek naast de bestsellers juist ook pareltjes van boeken te vinden in de vergeten hoeken van de kasten die de populaire boeken qua leesvreugde evenaren en niet zelden zelfs overtreffen.

In 2014 ben ik terug. Leuk als je met mij mee wilt lezen. Hele fijne feestdagen en tot dan!